Tijdens Prinsjesdag zijn voorlopige variabelen voor de kostprijs van uitzendarbeid bekendgemaakt. Voor actieve uitzendbureaus die zelf uitlenen, noemt FlexNieuws per saldo een stijging van ongeveer een half procent. Dat is geen definitieve uitkomst per bureau: de individuele premie Werkhervattingskas volgt later, en enkele pensioencomponenten voor 2027 zijn nog niet vastgesteld.
Voorlopig beeld, geen premiebeschikking
De cijfers die Marcel Reijmers van FlexKnowledge op FlexNieuws op een rij zet, zijn voorlopige variabelen. Ze zijn niet hetzelfde als een afgeronde premiebeschikking voor uw onderneming. De premie Werkhervattingskas verschilt per uitlener en wordt volgens die bron pas eind november of begin december door de Belastingdienst verstuurd. Tot die beschikking blijft de saldobeweging van ongeveer een half procent een branchebeeld uit FlexNieuws, geen individuele berekening.
Welke kostprijsvraag dit raakt
De vraag die de bron onderbouwt, is welke premiecomponenten u nu al in de kostprijs van uitzendarbeid kunt verwerken en welke nog openstaan. Het artikel gaat over uitzendarbeid en de uitlener. Detachering of recruitment is niet vanzelf uitzenden; bepalend is of u feitelijk werknemers uitleent. Uitbesteding van de administratie verandert die rol niet.
Eén post werkt in het FlexNieuws-overzicht anders dan een UWV-premie. Volgens dat overzicht staat de ZW-A als premie vermeld, maar wordt zij niet aan het UWV afgedragen. FlexNieuws omschrijft dit als een cao-afspraak als aanvulling op de Ziektewet. De uitlener kan hiervoor volgens die bron een verzekering bij een private partij sluiten of zelf een voorziening treffen. Die kwalificatie komt uit het nieuwsartikel, niet uit een apart officieel citaat bij dit bericht.
Het mechanisme van pensioencompensatie
Het pensioenpremiepercentage stelt het bestuur van het pensioenfonds ieder jaar vast; het kan dus wijzigen. FlexNieuws vermeldt dat de pensioenpremie sinds 2026 23,4 procent bedraagt: 7,5 procent voor de werknemer en 15,9 procent voor de werkgever. Volgens diezelfde bron betalen ook werknemers in fase A/1+2 altijd een eigen bijdrage, omdat het verschil tussen de basis- en plusregeling is vervallen. Die percentages en die fase-A-toelichting staan in het FlexNieuws-artikel; de bij dit bericht aangeleverde ABU- en StiPP-pagina's geven die bedragen niet weer. De uurfranchise en het maximum pensioengevend uurloon maakt StiPP volgens FlexNieuws meestal pas eind december bekend. Het artikel verwacht dat beide bedragen stijgen en dat dit kostprijsverlagend werkt. Die stijging is een verwachting, geen al genomen besluit.
Sinds 2026 moeten uitleners bij gelijkwaardige beloning ook rekening houden met pensioencompensatie, schrijft FlexNieuws. Die compensatie is volgens die bron het verschil tussen de werkgeverspremie bij de inlener en de werkgeverspremie voor StiPP van 15,9 procent. Is de premie bij de inlener bijvoorbeeld 20,9 procent, dan is het verschil 5 procent. Dat percentage wordt vermenigvuldigd met een jaarlijks vastgestelde factor. FlexNieuws noemt voor 2026 de factor 0,853; voor 2027 is zij nog niet bekendgemaakt. In het voorbeeld van FlexNieuws levert 5 procent maal 0,853 een compensatie van 4,27 procent over het SV-loon op. Ook die factor en dat rekenvoorbeeld komen uit FlexNieuws en staan niet in de aangeleverde ABU- of StiPP-tekst.
De uitzendkracht ontvangt de compensatie volgens FlexNieuws over dezelfde grondslag als bij StiPP: kort gezegd het SV-loon, vóór toepassing van de ET-regeling of de bijtelling voor een auto. Zij wordt als bruto vergoeding betaald. Daarover zijn ook werkgeverslasten en pensioenpremie verschuldigd. Het kan logischer lijken om dit bedrag als extra pensioenpremie aan StiPP af te dragen, maar zo is het volgens de bron nog niet geregeld. Is de werkgeverspremie bij de inlener lager dan de door FlexNieuws genoemde 15,9 procent, dan is de compensatie nul. Volgens de bron mag zij op grond van de cao niet negatief zijn en mag er dan geen bedrag worden ingehouden. Voor de kostprijs kan het verschil aanzienlijk zijn, maar zonder de premie bij de inlener en de factor voor 2027 is geen bedrag in te vullen.
Afweging
Open blijven de individuele premie Werkhervattingskas, de uurfranchise, het maximum pensioengevend uurloon en de compensatiefactor voor 2027. Dit nieuws geeft geen grond om nu een definitieve kostprijs voor 2027 vast te zetten. Afwachten tot de Belastingdienst en StiPP de ontbrekende gegevens bekendmaken, is een passende conclusie. De concrete premiepercentages, de factor 0,853 en het rekenvoorbeeld van 4,27 procent blijven bronvermeldingen uit FlexNieuws.
Suggesties voor latere controle
Onderstaande punten zijn suggesties om de voorlopige cijfers later te toetsen. Zij zijn geen nieuwe wettelijke plichten die uit dit nieuws volgen.
- Controleer de premiebeschikking Werkhervattingskas die de Belastingdienst volgens FlexNieuws eind november of begin december verstuurt. Bespreek een afwijking van het voorlopige branchebeeld met degene die uw kostprijs berekent.
- Controleer eind december de bekendmaking van StiPP over de uurfranchise en het maximum pensioengevend uurloon. Bespreek met uw pensioen- of salarisadministratie of de door FlexNieuws verwachte stijging in uw berekening past.
- Controleer bij gelijkwaardige beloning de werkgeverspremie bij de inlener tegenover de door FlexNieuws genoemde 15,9 procent voor StiPP, en later de factor voor 2027 zodra die bekend is. Bespreek een afwijkende inlenerspremie met de inlener en uw administratie voordat u compensatie opneemt. Bij een lagere premie dan die 15,9 procent is de compensatie volgens de bron nul.
Bron: Marcel Reijmers, FlexNieuws, Premies 2027. Het principe van gelijkwaardige beloning in de Cao voor Uitzendkrachten 2026-2028 staat bij de ABU: Cao voor Uitzendkrachten.